Terug naar overzicht

door Alain Vannieuwenburg

Iedereen herinnert zich nog het eerder omstreden eindrapport van de “Interculturele dialoog”. Deze werkgroep was een uitvloeisel van het regeerakkoord 2008.

Het was de opdracht van mevrouw Joëlle Milquet, om een werkgroep op te starten, die zou nagaan hoe de verschillende culturen in onze samenleving konden worden geïntegreerd.

Een zogeheten “Verslagcomité” kreeg als opdracht beleidsaanbevelingen te formuleren. Via het opzetten van “Rondetafels” werden debatten georganiseerd en verkenningen doorgevoerd om te weten te komen hoe de onderscheiden groepen over diverse maatschappelijke problemen dachten.

De werkwijze was niet zo transparant als mocht worden verwacht. De werking van de onderscheiden commissies betreffende diverse thema’s leidde tot het opstellen van verslagen …die niet openbaar waren. Wel werd – aan het einde der werkzaamheden – een 64 bladzijden tellend syntheseverslag naar buiten gebracht … en er waren ook minderheidsstandpunten.

Het waren voornamelijk de uitspraken van een co – voorzitter van het Verslagcomité, die lang zouden blijven “nazinderen”. Hoewel deze Rondetafels, dixit de co – voorzitter, slechts “een oefening in luisteren waren en niet de pretentie hebben om representatief te zijn” werd onomwonden gesteld dat de stellers van het rapport ervan uitgingen dat de meerderheid van de bevolking zich op bepaalde vlakken zou moeten aanpassen aan de verzuchtingen van de minderheden. Het dictaat werd enigszins getemperd door er aan toe te voegen “voor zover die redelijk zijn”.

Wat het redelijke kon inhouden was niet zo duidelijk al bleek al snel dat er van uit werd gegaan dat men bepaalde verworvenheden, waarvan men dacht dat deze tot de fundamenten van de rechtstaat behoorden, dan wel deel uitmaakten van het “sociaal contract”, zou moeten herbekijken. De “herdefiniëring” van de neutraliteit van de openbare diensten en het “herpositioneren” (lees “introduceren”) van religie in de juridische sfeer (o.a. bij burgerlijke zaken) waren (los van het herschikken van de feestdagenkalender en andere leuke dingen) twee van de meest bekende voorbeelden.

Slachten van (offer)dieren

“All animals are equal, but some are more equal than the others” moeten ook de aanwezigen op de Rondetafels hebben gedacht bij het behandelen van het vraagstuk van de “rituele slachting”.

De conclusie van dit notoire gezelschap was dat, indien voorgeschreven, de rituele slachting onder meer zonder verdoving moest kunnen gebeuren en dat de wet dus uitzonderingen diende te blijven voorzien. Het argument: anders wordt de godsdienstvrijheid geschonden.

Vertrekkende van de vaststelling dat zowel de joodse als de islamitische cultus een aantal regels hebben op het gebied van het slachten van dieren en verwijzende naar zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens als naar Belgische wetgeving (zie o.a. het koninklijk besluit 14 augustus 1986, aangevuld met het koninklijk besluit van 11 februari 1988, het koninklijk besluit van 16 januari 1998, het koninklijk besluit inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden, een omzetting van de Europese Richtlijn 93/119/EG inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden) werd betoogd dat de rituele slachting trouwens een bijzondere bescherming geniet.

De conclusie van het rapport was dat rituele slachting aan regels onderwerpen zou indruisen tegen de geldende religieuze voorschriften, met als onmiddellijk gevolg dat zowel joden als moslims hierdoor gehinderd zouden worden op het vlak van de “ritebeleving”.

Het is inderdaad zo dat de wetgeving steeds zeer coulant is geweest en dat wat dierenwelzijn betreft een bijzondere regeling werd aanvaard voor rituele slachtingen. De wetgever was immers van oordeel dat er objectieve gronden waren om een verschil in behandeling tussen mens en dier en tussen gewone slachting en rituele slachting te aanvaarden. Diverse parlementaire initiatieven om verdoving verplicht te stellen werden verworpen.

Wie de persartikels er even op naslaat merkt dat er bij de bespreking van voormeld rapport, vooral aandacht was voor het totale gebrek aan eensgezindheid (er waren twee minderheidsstandpunten te noteren), voor de houding ten aanzien van het dragen van de hoofddoek, voor de aanpassing van de feestdagenkalender en voor de (lichte) aanpassing van de genocidewet (de verwijzing naar de nazi’s zou moeten verdwijnen om op deze wijze vervolgingen voor andere genocide mogelijk te maken). Aan dierenwelzijn werd minder aandacht geschonken.

De dierenrechtenorganisatie Gaia was dan ook niet opgezet met het eindrapport van de Interculturele Dialoog en bekritiseerde het standpunt dat de wetgeving op het slachten van dieren in specifieke uitzonderingen moest blijven / kunnen voorzien.

Michel Vandenbosch hekelde het feit dat niemand de moeite had genomen om met Gaia te spreken. Volgens hem getuigde het rapport van een “eenzijdige, blinde en vooringenomen visie” en hij waarschuwde ervoor dat men op deze wijze de deur zou openzetten voor situaties waarbij men onder de dekmantel van godsdienstvrijheid wel eens commerciële belangen zou kunnen dienen. Runderen, schapen en geiten onverdoofd slachten zou goedkoper kunnen zijn. Het lijden van dieren is van geen tel.

Feiten

In België zouden niet minder dan 21 % van de kalveren, 10 % van de runderen en 92 % van de schapen ritueel onverdoofd worden geslacht.

Volgens diverse rapporten (zie onder meer het uitgebreide rapport van de “Raad voor Dierenwelzijn. Welzijnsaspecten bij het slachten van runderen en schapen”) lijden dieren die onverdoofd worden geslacht onnodig pijn.

Onderzoek heeft aangetoond dat er diverse technieken (de ene al “brutaler” dan de andere) worden gebuikt bij (rituele) slachting. Zo is er het klassieke ketenen en hijsen van het dier. Hoewel dit wettelijk gezien verboden is, moet worden vastgesteld dat dit blijkbaar nog steeds een gebezigde praktijk is.

Een andere techniek stoelt op het gebruik van de zogeheten “kantelboxen”. Dit is een smalle “doos” waarin het dier wordt vastgezet. Deze doos draait dan om en dit tot het dier op zijn zij of rug ligt. Hoe een dier zich hierbij voelt wordt buiten beschouwing gelaten.

Daarnaast is er ook nog de “fixatiebox”. Ook hier wordt een dier “vastgeklemd”, zij het rechtopstaand. De kop van het dier wordt dan “omhooggetild” zodat het in een “goede” positie komt te staan voor de “keler”. Er bestaan diverse “varianten”.

Het meest gekend en toegepast is vermoedelijk de “manuele fixatie” waarbij de kop van het rechtopstaande dier zo wordt “gestuurd” dat de nek zich strekt en dat de “keelsnede” (een transversale snede) kan worden toegepast.

Voor wie wil zien hoe het er in de praktijk aan toegaat, kan worden verwezen naar de website van Gaia.

Stiekem verkocht?

Er werd herhaaldelijk al gesteld dat ook vlees afkomstig van dieren die niet verdoofd geslacht worden, gecommercialiseerd wordt en in het klassieke voedselcircuit komt. Ook wordt vermoed dat vlees van ritueel geslachte dieren geïmporteerd en geëxporteerd wordt. In wezen is dit een inbreuk op het beperkt toestaan van rituele slachting ten einde de lokale joodse en moslimpopulatie van koosjer dan wel halalvlees te voorzien.

Volgens het Vlaams infocentrum land- en tuinbouw (VILT) zou ruim de helft van het lams- en schapenvlees dat in België in de rekken van de supermarkt ligt of dat men te eten krijgt in restaurants, halal van herkomst zijn. Het gros van het vlees is immers afkomstig van import uit Nieuw-Zeeland waar een groot % van alle schapen en lammeren “ritueel” wordt geslacht.

Gesteld wordt dat de verkoopssector er alles aan doet om te vermijden dat het vlees herkend zou kunnen worden als halalvlees. De Belgische importeurs zouden wel vermelden dat het om halalvlees gaat, maar de etiketten zouden nadien worden aangepast. Hier zou de wetgever moeten ingrijpen en de gegevens m.b.t. “traceerbaarbaarheid” vervolledigen met vermelding van de slachtwijze en het respect voor dierenwelzijn bij kweek en slacht.

Waarom men over MENSDOM en over DIERENRIJK spreekt

Rekening houdende met de wijze waarop deze slachting dient te gebeuren is het niet overdreven te stellen dat het belang van de ritus dus duidelijk prevaleert op het dierenwelzijn.

Diverse wetenschappelijke rapporten onderstrepen echter het hoog risico op welzijnsproblemen bij het (onverdoofd) slachten van dieren. Dieren kennen immers ook angst, pijn en stress en dit ook na het kelen. Geweten is bijvoorbeeld dat zelfs bij gebruik van gepaste verdovingstechnieken het hart nog geruime tijd klopt na de verdoving.

Al in 2004 maakte de EFSA (Europeaan Food Safety Agency) een wetenschappelijk rapport bekend waarin het bevestigde dat een dier steeds bedwelmd zou moeten worden. En zo werd in Nieuw-Zeeland aangetoond dat de periode tussen de keelsnede en het verlies van bewustzijn bij kalveren “als pijnlijk wordt ervaren; bij runderen kan dit 60 seconden of langer duren”.

In een advies van de Raad voor Dierenwelzijn betreffende het onverdoofd slachten werd gesteld dat slachten zonder verdoving onaanvaardbaar en vermijdbaar lijden voor het dier met zich meebrengt. De Raad adviseerde Minister om voorafgaandelijke verdoving op te leggen bij elke slachting in ons land.

De Raad onderstreepte ook dat in bepaalde Europese landen tijdens halal – slachtingen de dieren verdoofd door worden een elektrische bedwelming met behulp van kopelektroden, of door een kopslagtoestel. Hoewel deze slechts een tijdelijke bewusteloosheid en geen hartstilstand veroorzaken, worden deze technieken door bepaalde moslims aanvaard als valabele alternatieven. Een (beperkt) aantal Europese landen verplicht trouwens een verdoving voor of onmiddellijk na de keling volgens de ritus.

Op basis van de beschikbare wetenschappelijke publicaties blijkt de angst van de geloofsgemeenschappen dat de dieren niet voldoende leegbloeden bij halal- en shechitaslachtingen ongegrond te zijn: deze rapporten geven aan dat er geen verschil is tussen de kwaliteit en de snelheid van uitbloeden bij verdoofde als bij niet-verdoofde dieren. Er zouden zelfs betere resultaten bij verdoofde dieren vastgesteld zijn.

Gaia wees er in het verleden al op dat bij verdoving de godsdienstvrijheid helemaal niet wordt geschonden “Er bestaan verschillende fatwas van eminente geestelijken die verdoving toelaten. Ook vooraanstaande moslimlanden zoals Indonesië en Maleisië aanvaarden het. En het halal -schapenvlees uit Nieuw-Zeeland, waarvan meer dan de helft door moslims wordt geconsumeerd, komt van dieren die wel degelijk verdoofd werden.”

Expanding the Moral Circle

Herhaaldelijk al heeft het HVV aangetoond tegenstander te zijn van uitzondering op basis van religieuze gronden. Dit is immers een rechtstreekse inbreuk op een fundamenteel rechtsprincipe: het gelijkheidsprincipe. Er mag eveneens worden gevreesd dat de “uitzonderingswetgeving” het resultaat is van (religieus geïnspireerd) lobbywerk waarbij de democratie, met vooral de parlementaire wetgevende macht, verwordt dan tot een handel in wetten ten voordele van stemmen.

Daarom ook dringt men binnen diverse middens er op aan dat overheden streng toezicht zouden houden op het slachten en dat ook lokale besturen zouden stoppen met het verlenen van faciliteiten voor (rituele) slachtingen zonder verdoving (onder het voorwendsel dat men dan anders clandestien gaat slachten). De techniek van de verdoving moet worden opgelegd. En strenge controles moeten illegale slachtingen vermijden. Een peiling uitgevoerd door Gaia toonde trouwens aan dat slechts een derde van de moslims tegen verdoofd slachten is.

In zijn doctoraatsverhandeling “Harming Others: Universal Subjectivism and the Expanding Moral Circle”, pleitte Floris van den Berg niet zonder reden voor een uitbreiding van het morele bewustzijn via het universeel subjectivisme. Het universeel subjectivisme dat actief op zoek gaat naar de blinde vlekken in de moraal is een theorie die onder meer gaat over rechtvaardigheid en over dierenwelzijn.

Het mag inderdaad verwonderlijk worden geheten dat de essentie van een religieus beleven staat of valt met de manier waarop dieren geslacht worden. Of om Schopenhauer even in herinnering te brengen: “Als een God deze wereld gemaakt heeft, dan zou ik niet die God willen zijn; haar ellende zou me het hart uiteenrijten”.

Alain Vannieuwenburg

Kennismaken?

Klik op de knop voor meer inlichtingen of een kennismaking!

Neem contact op!