Terug naar overzicht

Max Schneider 04-10-2021,

Twee registers

Om al het zijnde en de nog veel ingewikkelder zijnden te taxeren, te evalueren, kortom de wereld te begrijpen en erop te reageren heeft het God behaagd – of Darwin, dat zoekt u zelf maar uit – ons brein met meerdere systemen uit te rusten. Misschien moeten we zeggen ‘opgezadeld’, want een groot gedeelte van de eeuwige terugkeer van allerlei conflicten en bijbehorende miserie is het gevolg van het feit dat twee van die systemen het niet altijd met mekaar eens lijken te zijn. In één hoofd zorgt dat voor dissonantie en in meerdere hoofden levert dat conflicterende overtuigingen op.

Wat je ook over het brein beweert, een beetje neuroloog zal je fijntjes vertellen dat het altijd nog weer ietsjes complexer in mekaar zit. Nu ja, ietsjes, véél complexer. Ik weerhoud me er dan ook van dingen te zeggen van het type: de amygdala doet dit en de PFC of prefrontale cortex doet dat want … nu ja, u begrijpt, ook dat is complexer.

Er zijn uiteraard meerdere invalshoeken om het brein of de cognitie te duiden, maar binnen de bescheiden ambitie van dit essay wil ik het enkel hebben over die twee registers omdat die mekaar, merkwaardig genoeg, lijken tegen te werken. Daar heb je het al … ze werken eigenlijk samen, maar niet allebei even snel. En dat levert nogal wat praktische problemen op als je de hedendaagse wereld te lijf moet gaan met een brein dat ‘gemaakt’ werd om te functioneren ten tijde van – en in feite nog voorafgaand aan – de beginnende menswording in groepen van dertig à honderd individuen. Alsof het nog niet ingewikkeld genoeg is, gebruiken de auteurs uit de nog vrij jonge cognitiewetenschappen waar ik de mosterd haal, verschillende termen waar ze het over ongeveer (!) hetzelfde hebben.

Waar heb ik het over? De intussen ook hier bekende Daniel Kahneman spreekt in zijn boek Ons feilbare brein – Thinking fast and slow over die verschillende snelheden. Anderen noemen het twee registers, een eerste epistemisch, of ons brein dat op zoek gaat naar het antwoord op de vraag: wat weten we over de situatie die zich aandient? En een emotioneel register dat zich afvraagt: wat vind ik ervan; wat doet het met me? Misschien even aanstippen dat het niet gaat over een slim en redelijk tegenover een dom en sentimenteel systeem. We hebben ze beide nodig. Evolutie door natuurlijke selectie is zuinig met systemen die veel energie verbruiken. Niet ter vergelijking, maar als analogie: als je een brug bouwt, heb je een ingenieur nodig die garandeert dat de zaak niet in elkaar zakt én een architect die zorgt dat de brug mooi en efficiënt is. Als je een van beide schrapt uit zuinigheid heb je een probleem.

Hoe werkt ons systeem? Ons brein krijgt via zien, horen, proeven, ruiken en voelen miljoenen impulsen binnen en moet daar een soort oordeel uit distilleren en dat aan het bewustzijn aanbieden zodat de ‘eigenaar’ van het brein gedrag vertoont van het type: opeten of uitspuwen, aanvallen of wegwezen, verliefd worden of euh … toch maar niet. Het brein moet dus continu keuzes maken van het type: eetbaar-toxisch, gevaarlijk-ongevaarlijk, aantrekkelijk-of-niet.

Hoe doet zo’n brein dat, want tenslotte een enkele breincel of neuron denkt niet, zoals een molecule H2O niet vloeibaar is. Merkwaardig genoeg lijkt het toch enigszins op het binaire ‘denken’ van een computer. Een neuron vuurt wel of niet, verbindt zich wel of niet met een ander neuron, clusters van neuronen vuren of verbinden met clusters van neuronen en clusters van clusters van clusters van …  U weet nog wat ik schreef over complexiteit. Ergens daar onderweg in die materiële elektrochemische interacties emergeert – emergentie is een opduikend verschijnsel dat niet terug te voeren is tot de eigenschappen van zijn samenstellende delen – bij voldoende complexiteit, iets dat wij bewustzijn noemen. Meerdere auteurs hebben zich sterk gemaakt dat ze dat verklaard hebben. Maar neemt u van mij aan dat hun verhaal, in het beste geval, behoorlijk hermetisch klinkt, als het al niet tegen de esoterie aanschurkt. Je zou nog in god gaan geloven om te kunnen zeggen: Hij heeft het zo geschapen.

En hier leveren onze twee registers een van de verklarende narratieven om de zaak inzichtelijk te maken. Hier komen ook de twee snelheden ter sprake die maken dat een en ander niet onmiddellijk synchroon verloopt en daardoor voor problemen zorgt.

De informatie die we aangeboden krijgen door onze zintuigen is, zacht gezegd, niet altijd eenduidig, om niet te zeggen dat ze vaak niet erg betrouwbaar is. Dat wordt mooi geïllustreerd door optische illusies, zie bijvoorbeeld hier. In de precaire omstandigheden waarin dit alles evolutionair ontstaan is, was er zelden voldoende tijd om epistemisch te werk te gaan, om grondig te onderzoeken wat we wisten en kenden. Is die schaduw die daar tussen het gras beweegt een tijger of inderdaad een schaduw? Het spreekt vanzelf dat degene die daar te lang over nadacht uw voorvader niet is. Hij die zich zonder onderzoek of veel nadenken uit de voeten maakte, is vaak voor niks weggelopen, maar zorgde wel voor uw bet-bet-betovergrootouders.

Hier komt het tweede register, het snelle systeem, ter hulp. Maar hoe? En waarom werkt dat sneller?

In de loop van uw leven vult uw anekdotisch geheugen zich – dat trouwens ook notoir onbetrouwbaar is, maar dat terzijde – meestal buiten het zicht van uw bewustzijn, met miljoenen indrukken en voorvallen. Als er zich een nieuwe complexe situatie voordoet, gaat uw brein binnen het ene register op zoek naar een oplossing op basis van verifieerbare feiten, maar als het over gevaar of complexe zaken gaat is dat te traag. Uw andere register haalt razendsnel een situatie uit het archief die min of meer (!) op de nieuwe lijkt en baseert daar de te nemen actie op. Dat is meestal geen perfecte oplossing, maar de evolutie moet ‘geoordeeld’ hebben: beter nu een halve oplossing dan een perfecte die te laat komt.

Waar ontstaat nu het probleem waarover ik het had? Dat stelt zich niet alleen doordat de twee registers niet altijd tot dezelfde conclusie komen, maar doordat aan die ‘oude’ herinnering ook de toenmalige waarde en emotie blijft kleven, ook als u zich daar niet van bewust bent. Vandaar het emotionele register. Dat kleurt je reactie en gedrag, maar vormt ook je mening en overtuiging. Je vindt er iets van, je taxeert en evalueert nog voor je erover nagedacht hebt. Je brein gaat vervolgens aan de slag met een narratief dat je overtuiging rationeel en logisch probeert te duiden om het coherent en begrijpelijk te maken. Eens je emotioneel register ‘besloten’ heeft dat X gevaarlijk is, stinkt of anderszins te mijden valt, dan slaagt je epistemisch register er, na onderzoek en nadenken, vaak niet meer in je ervan te overtuigen dat er met X niks mis is. Het gaat absoluut niet alleen over dingen die te mijden vallen. Het omgekeerde werkt ook, eens de interne chemie je verliefd maakte, duurt het een hele tijd vooraleer je opnieuw helder naar de realiteit kunt kijken.

Hier moet ik even pauzeren en benadrukken hoe het zit met de relatie tussen ons materiële brein en ons bewustzijn. Remember dat al die mechanismen ontstaan zijn lang voor er sprake was van rationeel denkende mensen of het geslacht Homo tout court. Wij leven in de illusie dat wij de wereld meestal logisch en redelijk tegemoet treden, eventueel een beetje bijgekleurd door emotie zoals bij liefde en woede. Helaas, het zal eerder omgekeerd zijn, vrees ik. Akkoord, ú heb over alles grondig nagedacht, maar het zijn de anderen, de opponenten die onredelijk zijn. Maar toch.

Ons brein moet ervoor zorgen dat haar eigenaar het gedrag vertoont dat hem/haar in leven houdt, minstens tot er nageslacht geproduceerd is. Die te nemen acties worden niet aan het bewustzijn aangeboden middels een logisch stappenplan, maar via emoties, affecten en gevoelens. De hen van de pauw valt niet voor die mooie staart omdat ze ‘weet’ dat de haan met de mooiste staart waarschijnlijk gezond is en voor sterk nageslacht kan zorgen. Libido en de erectie van de penis bestonden al lang voor mensen wisten dat je het instrument nodig hebt om kindjes te maken.

Drie begrippen die niet voor iedereen scherp gedefinieerd zijn, maar wel degelijk verschillen. Ook hier: emotie, affect en gevoel zijn geen gevolg van ons bewustzijn en denken, maar het begin.

Emotie is de, niet noodzakelijk, maar vaak hevige, reactie op een impuls van buiten. Ten goede en ten kwade, vreugde en woede.

Gevoelens komen in ’t zicht van het bewustzijn nadat miljoenen sensoren van binnenuit de innerlijke toestand van het lichaam hebben gemonitord. Soms blijven ze vaag en niet omschreven op de achtergrond.

Affecten zijn de korte flitsen van hevige voorkeur of afkeer bij confrontatie met iets of iemand in de buitenwereld.

Alle drie gaan ze aan het denken vooraf. Alle drie kunnen ze gedrag van de eigenaar veroorzaken, vaak zelfs voor die er zich helemaal van bewust is en zeker voor hij er degelijk over nagedacht heeft. Om achteraf (!) het gedrag en de overtuiging die door het drietal veroorzaakt zijn te duiden, te verklaren en min of meer plausibel te maken, treden de eerder vermelde narratieven in werking. De info waarmee het emotioneel register werkt om de eigenaar te verwittigen en tot actie aan te zetten, haalt het, zoals gezegd, uit de associatie met of de deductie uit eerdere, min of meer (!) vergelijkbare situaties.

Sommige psychologen zien dit anders; ik volg in deze echter de recente literatuur van de neurologie en de cognitiewetenschappen. Daar gebeurt vandaag veel, en zoals het hoort in de wetenschappen, zal voortschrijdend inzicht mij en anderen corrigeren waar nodig.

Maar laat één ding duidelijk zijn. De cognitiewetenschappers beweren absoluut niet dat wij onze overtuigingen en ons denken alléén maar laten sturen door een soort dierlijke instincten. Wij hebben onder andere taal waarmee wij aan mekaar en aan onszelf uitleggen hoe we die vaak donkere of net al te uitbundige blinde impulsen kunnen beheersen en indijken. Wij hebben onszelf bij wijze van spreken gedomesticeerd. Het gaat erover dat onze gedragingen en overtuigingen sterk – en alleszins véél sterker dan we zelf willen toegeven – beïnvloed en vaak voorafgegaan worden door onderhuidse emoties en gevoelens.

Tot daar een sterk vereenvoudigde en schematische voorstelling van een aantal aspecten van onze breinwerking. Maar, als de evolutie dat zo geregeld heeft, waarom zou dat dan een probleem moeten zijn?

Omdat de evolutionair gestuurde aanpassingen niet in de eerste plaats als functie hadden om de waarheid te ontdekken, maar om ervoor te zorgen dat de eigenaar van het brein floreert binnen de groep, zich voortplant, en, bij uitbreiding, ook de groep doet floreren in een hogelijk concurrentiële en gevaarlijke wereld waar altijd gebrek was aan middelen.

Het is de combinatie van dat emotionele register dat voor snelle, maar stellige overtuigingen zorgt aan de ene kant en dat andere gevolg van de evolutie dat voor bijzonder sterke groepsloyaliteit zorgt, die samen ons aangeboren talent voor conflict zowel als voor samenwerking aanwakkeren. En je behoort tot een groep zonder dat je daar bewust voor kiest. Je twijfelt nog? Stel dat ik zou zeggen: fietsers gedragen zich als verkeersterroristen met hun onverantwoord agressief gedrag op het voetpad. Dan is de kans groot dat je ofwel bevestigend knikt, ofwel alle stekels uitsteekt en verwijst naar gedrag van automobilisten tegenover de fietsers. Je behoort altijd tot een groep. Ook op grotere en mogelijk kwalijker schaal doet het zelfversterkend fenomeen zich voor. U vindt iets van de coronamaatregelen en de vaccinaties. Stel u bent pro en iemand bijt u toe dat u een naïeveling bent die zich door de overheid en big pharma laat bedotten. Of, uiteraard idem dito, u bent contra en iemand bijt u toe dat u een onverantwoorde egoïst bent die complotonzin van het internet boven wetenschap stelt. Of variaties daarop. Wat in oorsprong bij u een vrij milde mening was, ontaardt in enkele stappen tot iets dat je niet aan de familiedis wilt meemaken. Op grotere schaal heb je een verbale burgeroorlog voor je,  jamaar … hebt kunnen zeggen. Ook dat tribale zit nog ergens diep in ons en is veel sterker dan we willen toegeven.

Ik hoor u denken: jamaar, ik hoef toch helemaal niet diep na te denken om, bijvoorbeeld, geen racistische opmerkingen te maken. Proficiat, dat is het gevolg van opvoeding, onderwijs en voortschrijdend inzicht en we noemen dat beschaving. Die zorgt voor verinnerlijking van redelijk opgebouwd weten waardoor die ook deel gaat uitmaken van het ‘levensarchief’ waaruit het emotioneel register put voor zijn associaties. Helaas werkt dat niet bij iedereen even goed en, nog erger, niet bij iedereen continu. Dat is het laagje vernis dat gemakkelijk beschadigd raakt en dat bij de een al iets dikker is dan bij de ander.

Door die verwijzing naar het racisme lijkt het of er een soort ethische hiërarchie bestaat tussen de twee registers. Maar merkwaardig genoeg worden zowel de donkerbruinste buikgevoelens als het edelste altruïsme door hetzelfde mechanisme gestuurd. Ook de grofste racist springt, zonder nadenken, in het water als hij een kind ziet verdrinken. Misschien zelfs als het een zwart kind is.

Waarom kan het die racist dan niets schelen wat er met een kind in, pakweg, Afghanistan gebeurt? Omdat empathie een eindig goed is en de afstand te groot en te abstract is om hier de emotionele snaar te raken. Niet omdat hij die emotionele snaar niet zou bezitten. Zwaai maar eens met de groepsvlag, of veel erger, trap erop en je zult de loyaliteitssnaar wel zien trillen.

Aanpassingen die in oorsprong zeer functioneel en dus adaptief waren, kunnen maladaptief worden als de omstandigheden veranderen. Mijn favoriete voorbeeld van dat fenomeen is religie. Dat was oorspronkelijk een prima evolutionair middel om de cohesie, de moraal en de samenwerking binnen groepen van dertig à honderd individuen te bewerkstelligen en te bewaren. Als die religieuze narratieven daarvoor zorgen, kan het de natuur niet schelen of die verhalen daadwerkelijk met de realiteit overeenkomen. Zoals we intussen weten, is het systeem ontstaan en was het functioneel in een omgeving waar het floreren van het ‘wij’ het verdrukken of het uitschakelen van het ‘zij’ nodig had. En we weten intussen ook wat we daaraan te danken hebben.

De twee registers zijn uiteraard niet de enige sturende mechanismen van ons gedrag en overtuigingen. Maar de interactie met allerlei andere vormen van breinsoftware zoals: functionaliteit gaat vóór feitelijke waarheid, groepscohesie gaat vóór … voor alles eigenlijk, maken het navigeren door het publieke debat, dat vandaag met dank aan de sociale media, een soort verbale burgeroorlog geworden is, zo precair. Gesprekken die eigenlijk discursief over verifieerbare feitelijkheden zouden moeten gaan, ontaarden vrijwel onmiddellijk in een emotioneel welles/nietes waarbij je niet van mening verschilt, maar meteen aan de verkeerde kant van de morele grens belandt.

En dan hebben we het nog alleen maar over ons eigen wereldje. Wat ik hierboven beschreef, speelt zich merkwaardig genoeg bij iedereen af. Ook bij hoogopgeleide en ook bij zeer slimme mensen die eigenlijk alles in huis hebben om beter te weten. Helaas ook bij de machtigen der aarde die aan de touwtjes trekken en over andere dan verbale wapens beschikken.

Iedereen? Ik ook dus? Jawel, laat ik, wat dat betreft, maar eens uit de kast komen. Ik voel een affect, een haast fysieke afkeer van witte, westerse, atheïstische feministes die je op hoge poten wel eens zullen uitleggen wat vrouwenrechten zijn, maar tegelijkertijd vrouwen en meisjes in Iran en Afghanistan afvallen door hier de hoofddoek te verdedigen. Terwijl ik wéét dat hier te lande de hoofddoek een andere betekenis heeft en een geuzenteken is waarvan ik het psychologisch mechanisme begrijp. Gevolg, mijn weten en mijn voelen sporen niet. Even zijdelings, misschien herkenbaar. Die dissonantie is een fenomeen dat ik vaak in mijn eigen biotoop tegenkom en tot grappige/verwarrende gesprekken leidt. Iemand gaat tekeer tegen X; ik antwoord bevestigend door een voorbeeld van X te geven en krijg dan op m’n donder omdat dat niet politiek correct is of omdat ik veralgemeen.

Hoe dan ook, ik ben er nog niet helemaal uit wat ik er moet van vinden. Wentel ik mij in het warme groepsgevoel of aanvaard ik morrend de koele ratio?

En u?

Max Schneider

Eerst verschenen bij de humanistische denktank Kwintessens.

Kennismaken?

Klik op de knop voor meer inlichtingen of een kennismaking!

Neem contact op!